Blog
Hulp nodig?Inloggen met uw account
Geen account?
Om ongelimiteerd te kunnen vertalen kunt u een abonnement afsluiten.
Bekijk abonnementenPools Leren Spreken: uitspraakregels van de Poolse Taal
.png)
De Poolse taal is de grootste Slavische taal in de Europese Unie.
Het Pools wordt wereldwijd door ongeveer 50 miljoen mensen gesproken en staat op de 30e plaats van de meest gesproken talen ter wereld. De 30e plek op de 7000 alle bestaande talen vind ik best een zeer sterke en respectabele positie.
Het Poolse alfabet heeft 32 letters waaronder negen letters met diakritische tekens (ą, ć, ę, ł, ń, ó, ś, ź, ż). Het tekentje bij ą en ę heet ogonek (staartje), het tekentje bij ć, ń, ó, ś, ź heet kreska (streepje) en ż is een z met een puntje (kropka). Die tekentjes veranderen de uitspraak van de letters aanzienlijk.
De letters q, v en x behoren niet tot het officiële Poolse alfabet. Ze komen alleen in de leenwoorden voor.
In het Pools hebben wij geen dubbele klinkers, zoals ze in het Nederlands wel veelvuldig voorkomen (aa, ee, oo, uu).
Het is voor de Poolse mensen heel lastig om de lange Nederlandse klinkers uit te spreken, en het is ook moeilijk om het onderscheid tussen korte en lange klinkers te maken: maan/man, maand/mand, kaas/kas, zaak/zak…
Het Pools kent van oorsprong geen lange klinkers. Klinkers worden in het Pools vrijwel altijd kort en krachtig uitgesproken.
Het Pools heeft überhaupt een andere uitspraak dan het Nederlands.
De Poolse letter u spreek je uit als de Nederlandse 'oe' (zoals in 'boek' of 'boer'). Daarom hoor je wel vaak dat de Poolse mensen Utrecht als Oetrecht uitspreken. En een klassieker: “huur” wordt als “hoer” uitgesproken, en “huurtoeslag” als “hoertoeslag”.
En ook al worden de Poolse letters “u” en “ó” anders geschreven de uitspraak van beide is dezelfde “oe”.
Maar ook in de Poolse taal zijn er diverse woorden die vergelijkbaar klinken maar iets heel anders betekenen. Dit kan voor verwarring zorgen bij het leren van de taal.
Bijvoorbeeld:
✔️ Cześć! (hoi!) – sześć (zes)
✔️ Cześć (hoi!) – część (een onderdeel)
✔️ Uda (dijen) – uda się (het gaat lukken)
✔️ Proszę (alstublieft) – prosię (een varkentje)
✔️ Droga (een weg) – moja droga (mijn lieve schat)
✔️ Bóg (God) - buk (de beukenboom).
✔️ Mieć (hebben) – miedź (het koper, een scheikundig element).