Wij gebruiken cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door op "Akkoord" te klikken, stemt u in met het gebruik van alle functionele, analytische en advertentie/trackingcookies. Deze worden gebruikt voor het optimaliseren van de website en het personaliseren van advertenties. U kunt uw voorkeuren altijd aanpassen via “instellingen”. Meer informatie vindt u op onze cookies pagina en in onze privacyverklaring.

AkkoordNee, liever niet
Cookievoorkeuren
SluitenOpslaan

Pools en Nederlands hebben gezamenlijke oorsprong en toch zijn ze zo fascinerend anders.

Pools en Nederlands hebben gezamenlijke oorsprong en toch zijn ze zo fascinerend anders.

Pools en Nederlands behoren beide tot de grote Indo-Europese taalfamilie. Ze splitsten echter duizenden jaren geleden op in verschillende takken: Pools is een West-Slavische taal, terwijl Nederlands een Germaanse taal is.

Terwijl het Nederlands sterk vereenvoudigde, behield het Pools door een andere historische ontwikkeling complexe naamvallen en medeklinkerstapeling, waardoor de talen nu nauwelijks op elkaar lijken. 

Er zijn enorme verschillen in grammatica, woordenschat en uitspraak.Toch zijn er wat overeenkomsten. 

Linguïstische overeenkomsten tussen een moedertaal en een nieuwe taal vormen een mooie basis voor het leerproces.

Zowel het Pools als het Nederlands gebruiken prefixen (voorvoegsels) om de betekenis van woorden, met name werkwoorden, te veranderen. Beide talen kunnen door middel van een voorvoegsel een nieuwe, specifieke betekenis aan een stam toevoegen.

Als je bijvoorbeeld het werkwoord pisać / schrijven neemt, merk je dat alleen al in de onbepaalde wijs zijn er in het Nederlands 18 (als ik er geen ben vergeten) van die werkwoorden met prefixen: aanschrijven, afschrijven, beschrijven, bijschrijven, doorschrijven, herschrijven, inschrijven, meeschrijven, naschrijven, omschrijven, onderschrijven, opschrijven, overschrijven, rondschrijven, terugschrijven, toeschrijven, uitschrijven, voorschrijven.

In het Pools heb ik in ieder geval „maar” 11 voorbeelden kunnen vinden: napisać, odpisać, opisać, podpisać, popisać, przepisać, przypisać, spisać, wpisać, wypisać, zapisać.

In het Pools kun je van elk van de 11 werkwoorden nog andere werkwoorden vormen, door bv. een suffix -wy- toe te voegen. Er onstaan 11 nieuwe woorden met wat andere betekenis: napisywać, odpisywać, opisywać, podpisywać, popisywać, przepisywać, przypisywać, spisywać, wpisywać, wypisywać, zapisywać

De Poolse taal heeft een zeer rijke morfologie, waarbij prefixen cruciaal zijn voor het uitdrukken van aspect en richting. 

Beide talen gebruiken de voorvoegsels voor woordvorming, maar het Pools past ze intensiever toe in de werkwoordelijke vervoegingen.