Wij gebruiken cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door op "Akkoord" te klikken, stemt u in met het gebruik van alle functionele, analytische en advertentie/trackingcookies. Deze worden gebruikt voor het optimaliseren van de website en het personaliseren van advertenties. U kunt uw voorkeuren altijd aanpassen via “instellingen”. Meer informatie vindt u op onze cookies pagina en in onze privacyverklaring.

AkkoordNee, liever niet
Cookievoorkeuren
SluitenOpslaan

De Poolse taal is te leren met het online Woordenboek-Nederlands-Pools.

De Poolse taal is te leren met het online Woordenboek-Nederlands-Pools.

Ik heb grote bewondering voor mensen die, als niet moedertaalsprekers, de Poolse taal geleerd hebben. 

Je leert de taal het makkelijkst als je in Polen woont of er vaak komt, maar de taal echt leren blijft altijd een prestatie.

De Poolse taal is zeker niet makkelijk, ook al wordt het door taalkundigen over het algemeen als een logische en consistente taal beschouwd. Dat is mogelijk, maar deze logica is gebaseerd op complexe regels, die heel strikt opgevolgd moeten worden. 

Pools is wel een fonetische taal, wat betekent dat woorden bijna altijd worden uitgesproken zoals ze worden gespeld. Om goed de Poolse woorden uit te kunnen spreken moet je eerst goed het alfabeet kennen, inclusief de meerdere medeklinkercombinaties. Als je weet hoe je sz, cz, szcz, rz, ch, dz, dż, dź, moet uitspreken, kun je elk Pools woord correct uitspreken, ook al begrijp je het woord (nog) niet.

De meeste Poolse werkwoorden hebben een regelmatige en vaste vervoegingspatronen.

De grammatica is gebaseerd op een systeem van 7 naamvallen en 3 geslachten (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig). 

Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden eindigen meestal op -a, onzijdige meestal op -o, e of -ę. Het is niet makkelijk om dat te leren, maar als je het doorhebt dan is het niet zo ingewikkeld om te leren, als in talen met veel uitzonderingen en onregelmatigheden.

Het Pools heeft geen lidwoorden. Dat is een vereenvoudiging vergeleken met talen die dit wel hebben, bv. Nederlands, Engels of Duits.

Flexibele zinsbouw: Doordat de naamvallen aangeven welke rol een woord in de zin speelt, is de woordvolgorde erg flexibel. Je kunt de nadruk in een zin leggen waar je wilt, zonder dat de betekenis verloren gaat. 

Als het Pools zo logisch en consistent is, waarom wordt het dan als 'moeilijk' ervaren?

Omdat de 'logica' van het Pools het uit het hoofd leren van veel complexe grammatica-regels (verbuigingen van zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden) vereist.De logica is dus niet echt "eenvoudig", maar meer "structureel". 

Hierbij een paar voorbeelden van woorden die niet echt de “logica” van de Poolse taal onderstrepen:

Student is iemand die studeert, studentka is een vrouwelijke student.

Nauczyciel is leraar, nauczycielka is lerares.

Kelner is ober, kelnerka is een vrouwelijke kelner (serveerster).

Maar: 

Polak is een Pool, Polka is een dans.

Fin is een man met de Finse nationaliteit, finka is een mes.

Węgier is een Hongaar, węgierka is een pruim.

Dżokej is een jockey, dżokejka is een paardrijcap.

Hiszpan is een Spanjaard, hiszpanka is de griep waaraan tussen 1918 en 1919 miljoenen mensen zijn gestorven.

Cesarz is een keizer, cesarka is een keizersnede.

Kominiarz is een schoorsteenveger, kominiarka is een bivakmuts.

Złodziej is een dief, złodziejka is een stekkerdoos.

Literat is iemand die literaire teksten schrijf, literatka is een klein glas voor het drinken van wodka.